Wat kun je extra doen?

  1. Zoek ouders, buren en anderen die passen bij de gekozen persona’s. Zij zijn goede proefpersonen! 

  2. Houd een gebruikerstest. Laat de proefpersonen het prototypen uitproberen. Observeer goed. En stel achteraf vragen. Misschien werkt het prototype niet echt, maar kun je wel doen alsof het werkt. Bijvoorbeeld door het in het klein na te spelen of door papieren schermen te maken (als de proefpersoon dan op een ‘knop’ drukt, leg je het volgende scherm voor hem klaar). Je kunt de proefpersonen het prototype ook laten zien en hen om feedback vragen. 

  3. Vraag experts om feedback op jullie oplossing. 

  4. Gebruik wat je geleerd hebt in de test om de oplossing te verbeteren.
     
  5. Maak een mooi stevig model van de verbeterde oplossing om te presenteren. 

Tips!

  1. Een prototype kan ook een deel van het ontwerp zijn. Ook kan het in het klein zijn of van papier zijn (als de oplossing bijvoorbeeld digitaal is). Kijk op ontwerpenindeklas.nl/snelle-prototypes 

  2. Soms kan testen of uitproberen niet (helemaal). Speel het dan in het klein na of in gedachten. Denk aan de gekozen persona’s. Wat zouden zij ervan vinden?